Kan meer salaris bieden het personeelstekort in de financiële dienstverlening oplossen?

De arbeidsmarkt kampt over de gehele linie met grote personeelstekorten. Vaak worden hogere beloningen aangedragen als de logische oplossing hiervoor. Maar klopt dit wel? Wij plozen het tot de bodem uit.

De economische wetten vertellen ons dat een stijgende vraag naar personeel zorgt voor hogere beloningen voor arbeid. Marktwerking in een notendop. Maar zorgen hogere beloningen omgekeerd ook voor een groter aanbod? De arbeidsmarkt volgt hierin haar eigen regels. Opleidingen, (voor)oordelen over het werk en andere lastig vatbare factoren maken dat een hoger salaris niet per definitie een hoger aanbod betekent. Misschien is het zelfs één van de minder belangrijke factoren in het aantrekken van personeel; zeker in de financiële dienstverlening.

Ontwikkeling van salarissen

In 2021 was de financiële dienstverlening na de delfstoffenwinning de best betalende sector in Nederland. Werknemers namen bij elkaar gemiddeld zo’n 68.000 mee naar huis; een stijging van 15% sinds 2014. Deze stijging ligt procentueel in lijn met de ontwikkeling van het modaal inkomen, maar ligt met €9.000 in absolute cijfers bijna twee keer zo hoog. We kunnen wel stellen dat de financiële dienstverlening een zeer lucratieve sector is om in te werken. Toch schuilt er meer achter deze stijging: een toenemende uitsluiting van lager opgeleid personeel en stagnerende instroom van juniors.

Een krimpende sector

​​De financiële dienstverlening was tot 2019 de enige sector in de economie waar het aantal banen structureel kromp, blijkt uit onderzoek van het UWV. Sinds 2000 zijn, met name door automatisering, zo’n 70.000 banen in de sector verdwenen. Deze krimp trof vooral algemeen financieel-administratief personeel, veelal werkzaam bij banken. Normaal gesproken is structurele krimp een signaal van een ruime arbeidsmarkt. Niets blijkt minder waar. Al voor 2019 steeg de vraag naar hoogopgeleid personeel, terwijl de instroom van hoogopgeleide juniors al jarenlang stagneert. 59% van personeel in de financiële dienstverlening is hoogopgeleid, ten opzichte van een landelijk gemiddelde van 36%. Ondanks de hoge (en stijgende) salarissen binnen de sector, is er een nijpend tekort aan gespecialiseerd personeel. Hoe kan dit?

In de financiële dienstverlening zijn onevenredig veel hoger opgeleiden (hbo, wo) werkzaam

Uitstroom heeft sinds de bankencrisis de overhand

Sinds 2008 verlaten meer werknemers de bedrijfstak dan er starten. In de periode 2008-2016 daalde als gevolg hiervan het aantal werknemers met 43.000. Wellicht niet toevallig is dat deze daling inzette ten tijde van de bankencrisis. Pas in 2015 steeg het aantal instromers, maar tegelijkertijd steeg het aantal uitstromers evenredig mee.

Sinds 2008 blijft de instroom van personeel achter op de uitstroom

De achterblijvende instroom is ook terug te zien in de stijgende leeftijd van werknemers in de financiële dienstverlening

De instroom bij studies rondom de financiële dienstverlening en het aantal Wft-gecertificeerden daalt. Volgens opleidingsinstituut Hoffelijk heeft dat twee redenen: te weinig focus op het enthousiasmeren van de huidige generatie voor de branche en het verwijderen van de Wft-certificering in het curriculum van branche gerelateerde opleidingen.

Structureel dalende aantallen hbo-studenten Financiële Dienstverlening, Finance & Control en Finance, Tax and Advice

Het aantal studenten van de hbo-studies Financiële Dienstverlening, Finance & Control en Finance, Tax and Advice daalt structureel met zo’n 10% per jaar. Algemene financiële studies als Commerciële Economie, Bedrijfskunde en Accountancy zijn daarentegen in de lift en interesse in carrières in finance is eveneens groeiende. Terugkomend op het effect van de bankencrisis; misschien had deze in de jaren na 2007 invloed op de instroom in de financiële dienstverlening, maar het is onwaarschijnlijk dat deze bijna vijftien jaar later nog een structurele afname in studenten laat zien.

Is de financiële dienstverlening gewoon niet sexy genoeg voor de nieuwe generatie? Te ouderwets? In een wereld waarin iedereen ervan droomt om snel rijk te worden door risicovolle investeringen in cryptocurrency en aandelen, wordt de rol als ‘verstandige’ financieel adviseur steeds minder geambieerd.

(R)evolutie van de sector

Een andere factor voor de dalende instroom kunnen de toenemende vereisten voor medewerkers in de financiële dienstverlening zijn. In de periode 2013-2017 registreerde het UWV een daling van meer dan 15% in vacatures voor administratief werk. Hierdoor stromen steeds minder lager- en middelbaar opgeleide werknemers in en verlaten omgekeerd ook veel de sector. Klantenservice blijft wel zeer gevraagd.

Ten koste van de administratief medewerker wordt de hoger opgeleide financieel controller juist steeds meer gevraagd. Andere sterke stijgers zijn onder meer organisatie- en systeemanalisten, datamanagers en juristen, met elk een groei van meer dan 30% in het aantal vacatures. Sinds de rentedalingen zijn ook de traditionele adviseurs, accountants en taxateurs zeer gewild. Gevolg? Het aandeel werkenden met een lage of middelbare opleiding daalde tussen 2010 en 2016 met 15 procentpunt, het aantal hoogopgeleide werkenden nam in deze periode toe met 13 procentpunt. Dit kenmerkt de verschuivende vraag.

Moeten we minder naar diploma’s kijken?

Al sinds de oprichting van de eerste universiteiten in de zestiende eeuw, zijn diploma’s in Nederland voor veel beroepen een harde eis. Een nieuwe ontwikkeling is ‘denkniveau’, waarmee je een lager opleidingsniveau kunt compenseren met aantoonbare (relevante) vaardigheden. Maar hoe is de praktijk? In recente jaren zien wij een voorzichtige trend waarin ook mbo’ers voor hbo-rollen worden aangenomen. Of dit een blijvende ontwikkeling is, moet blijken wanneer de arbeidsmarkt weer ruimer wordt.

De afgelopen vijftien jaar werd het moeilijker om in de financiële dienstverlening in te stromen. Werkgevers vereisen steeds hogere en meer specialistische opleidingen en certificaten. Zo trad in 2007 de Wet op het financieel toezicht (Wft) in werking. Hiermee kwamen er strenge eisen aan wie zich nog ‘financieel adviseur’ mocht noemen. Voor de instroom is dit een extra (maar nodige) barrière. Adviseurs dienen bovendien elke vier jaar hun Wft-diploma’s te updaten.

Gekeken naar het moderne takenpakket merken wij dat veel functies in de sector ook door mbo’ers ingevuld kunnen worden, mits ze opleiding en ondersteuning ontvangen. Dit komt neer op een uitgebreide inwerkperiode, waarin ook certificaten behaald worden die een hbo-denkniveau kunnen aantonen. Er wordt nog te weinig aandacht besteed aan deze mogelijkheden.

Conclusie: zijn hogere salarissen een oplossing voor het arbeidstekort?

De arbeidsmarkt binnen de financiële dienstverlening is aan grote veranderingen onderhevig. We zetten de belangrijkste oorzaken voor de personeelstekorten nog een keer op een rijtje:

  • Veranderende vereisten. Er is steeds meer specialistische kennis nodig;
  • De instroom in de sector is aan structurele krimp onderhevig, zelfs met fors stijgende beloningen;
  • Starheid in het aannemen van minder ‘gekwalificeerd’ personeel blijft aanwezig.

Wij merken dat stijgende salarissen zorgen voor meer beweging bínnen de sector, maar niet voor meer instroom. Om de instroom te vergroten zal de sector barrières moeten wegnemen en het adviseursvak op meer vlakken begeerlijker moeten maken. Anders is AI het enige redmiddel.

Dit artikel is een onderdeel van een groter onderzoek van De Vacature Makelaar naar het profiel van de moderne financieel dienstverlener. Ben jij werkzaam in de branche en zou je willen meewerken aan onze whitepaper? Vul deze enquête in!